Marja Nijholt werd geboren in 1964 en groeide op in Brabant. Haar ouders scheidden toen Marja nog jong was. Ze bleef wonen bij haar vader en zijn nieuwe vrouw, samen met haar broer, zus en halfzus. Als jonge vrouw verhuisde Marja naar Enschede. Daar woonde ze een tijd samen met haar levenspartner en had ze een groepje mensen om zich heen, die begaan waren met Marja’s welzijn.


Uitersten

Marja stond in haar omgeving bekend als een lieve, actieve vrouw. Ze speelde piano, schilderde en boetseerde. Ze hield van lezen en spiritualiteit. Tegelijk werd Marja soms geplaagd door somberheid en depressies. Haar psychologische toestand golfde tussen uitersten. In goede tijden kon ze genieten van het leven en de mensen om haar heen. Maar die goede tijden werden afgewisseld met periodes van angst, verdriet en boosheid, periodes waarin ze soms werd opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis.



Religie

Marja was veel bezig met religie en zingeving. Ze groeide op in een katholieke omgeving, raakte geïnteresseerd in de Hare Krishna-beweging en verdiepte zich later ook in de evangelistische kerk. Ze maakte verschillende reizen naar Franse kloosters en kon genieten van de saamhorigheid onder gelijkgestemden. De kerk gaf haar richting, maar religie zorgde ook voor zorgen. De katholieke Maria-verering, die Marja kende van vroeger en die haar steun gaf, vond zij niet terug in de protestante kerk. Ook betwijfelde ze soms haar eigen vermogen om contact te hebben met god.




Op dit moment doet Bureau Dupin onderzoek naar de Nieuwjaarsmoord, waarbij Marja Nijholt op 1 januari 2013 om het leven kwam. Lees meer over deze zaak.